Waarom werd ik als hoogbegaafd meisje toch niet gezien?

Tijdens mijn jeugd dacht ik oprecht dat ik niet zo slim was. Ik voelde mij best wel dom. En dat terwijl later bleek dat ik hoogbegaafd ben. Hoe kan het dan dat dit niet gezien werd? En hoe kan het dat het patroon zich herhaalt bij onze dochter?

Nu kan ik een heel verhaal schrijven over mijn leven en hoe dat voor mij was, maar dat is niet de intentie van dit verhaal. We benaderen deze vraag door te kijken naar verschillende perspectieven. Zo wordt (hopelijk) helder waarom hoogbegaafde meisjes zo vaak niet gezien worden.

Stereotype beeld

Een belangrijke oorzaak is het stereotype beeld dat mensen nog altijd hebben van een hoogbegaafde. Het begint al bij de media. Voer de zoekopdracht ‘hoogbegaafd kind’ maar eens bij Google in en kies voor ‘afbeeldingen’ of ‘images’. Hoewel er af en toe een verdwaald meisje te zien is, domineert het aantal afbeeldingen van jongens ruimschoots. Onbewust wordt ons (de lezers) op die manier het idee in ons hoofd gestopt dat een hoogbegaafd kind vooral een jongen zal zijn. En dat beeld is natuurlijk onzin. Jongens en meisjes hebben evenveel kans om hoogbegaafd te zijn.

Verder zie je vaak een kind dat of een boek in handen heeft of aan het studeren is of druk aan het rekenen is op een bord vol met wetenschappelijke notaties. Hiermee wordt het beeld gecreëerd dat een hoogbegaafd kind dol moet zijn op lezen, graag leert en vooral goed is in rekenen en wetenschappelijke vakken. Oh, en vergeet de bril niet, want die bril mag natuurlijk niet ontbreken bij zo’n boekenworm. En voor wie kritisch is, merkt dan op dat deze kinderen nooit buiten lijken te zijn.

En als we dan toch bezig zijn, kunnen we ook nog wel even noemen dat de afbeeldingen ook nog eens vaak van ‘blanke’ kinderen zijn.

Kortom: het beeld van het hoogbegaafde kind, dat ons telkens wordt voorgeschoteld, is het beeld van een ‘blanke’ jongen met een bril op die dol is op lezen en leren, een bril draagt, goed kan rekenen en liever niet buiten speelt. En dat is natuurlijk alles behalve helpend. Want hoe moeten die meisjes dan gezien worden? Of de hoogbegaafde kinderen die gewoon niet alles afvinken van dat lijstje? Want laten we eerlijk zijn, de kans dat je dit stereotype hoogbegaafd kind tegenkomt is een stuk minder dan de 2,3% die hoogbegaafd is.

Professionele scholing

Direct aansluitend bij het stereotype beeld is de professionele scholing van leerkrachten. Er is geen standaard module op de lerarenopleiding dat gaat over hoogbegaafde kinderen. Wil je als (toekomstige) leerkracht meer weten over hoogbegaafdheid en het signaleren ervan dan moet jij je er zelf in verdiepen of er voor kiezen om een cursus te volgen als onderdeel van professionalisering tijdens jouw carrière als docent. En als je geluk hebt, dan wordt er een schoolbrede scholingsdag aangeboden door de school waar je werkt.

Dit is best krom wanneer je bedenkt dat er wel een module is over differentiëren en er bij de verschillende vakken ook nog eens uitgelegd wordt hoe je bij dat vak het beste kunt differentiëren in de klas. Maar hierbij ligt de focus vooral op de middenmoot en alles wat daar onder zit. Er wordt zelfs aandacht besteed aan de problematiek die je tegen kunt komen bij die groep onder de middenmoot. Maar dat er ook problemen kunnen zijn bij de groep boven de middenmoot wordt voor het gemakt even achterwege gelaten. Hoe kun je immers problemen hebben wanneer je zo goed bent? Dat is toch alleen maar makkelijk? Die kinderen redden zichzelf wel toch?

En daardoor is het stereotype beeld ook bij veel leerkrachten de richtlijn voor het kunnen zien van het hoogbegaafde meisje. En we hebben net al gezien dat dat een stuk minder makkelijk is wanneer je de focus legt op ‘blanke’ jongens die heel goed zijn in rekenen.

Gelukkig zijn er steeds meer leerkrachten die zich wel verdiepen in het hoogbegaafde kind, maar het zijn zeker niet alle leerkrachten en in mijn ogen zou dat de basis moeten zijn. Elke leerkracht zou moeten hebben geleerd over het hoogbegaafde kind. Ja, dat gaat dan over ‘slechts’ 2,3 procent van de leerlingen, maar tegelijkertijd leer je wel over dyslexie (ongeveer 5%), dyscalculie (ongeveer 5%), ADHD (ongeveer 5%) en ASS (ook ongeveer 2%), dus waarom dan niet over hoogbegaafdheid? Dat antwoord ligt zeer waarschijnlijk bij subsidies. Voor hoogbegaafde kinderen in de klas zijn er geen subsidies. Voor kinderen met dyslexie, dyscalculie, ADHD en ASS is dit er wel.

Sociale verwachting

Omdat van de meisjes vroeger werd verwacht dat ze later voor hun gezin zouden gaan zorgen, en dat de jongens later zouden gaan werken, lag in het onderwijs ook de focus op de jongens. Hoewel we nu gelukkig beter weten en rolpatronen toch wel wat zijn veranderd, is het beeld nog niet volledig weg. Van jongens/mannen wordt meer verwacht dat ze carrière maken dan van meisjes/vrouwen. Ergens wordt er nog steeds verwacht dat vooral de vrouwen voor hun kinderen zorgen, zelfs wanneer ze werken. Jongens worden daardoor meer gestimuleerd om ambitieus te zijn en meer voor zichzelf op te komen. Ze ontvangen hier ook vaak positieve feedback op. Wanneer meisjes datzelfde gedrag vertonen ontvangen ze sneller negatieve feedback. Waar het zelfvertrouwen bij jongens wordt opgebouwd, wordt dit bij meisjes afgebroken. Meisjes leren zo al op jonge leeftijd zich te gedragen naar een bepaald beeld. Hoogbegaafde meisjes zien die patronen sterker en sneller, waardoor ze al heel jong leren dat ze zich moeten aanpassen. Pas je je niet aan, dan ontvang je negatieve feedback.

Terugtrekken

Wanneer je als hoogbegaafd meisje al vroeg leert dat anderen het niet zo fijn vinden wanneer jij laat weten dat je een antwoord weet (of dat je dingen weet/kunt die de rest nog niet weet/kan) leer je het af om te laten zien of horen wat je weet of kunt. Een kind wil immers verbinding voelen en er is geen verbinding wanneer er afwijzing is. Het moment van afwijzing wordt zo veel mogelijk vermeden om maar het gevoel te hebben geaccepteerd te worden. Denk maar aan het kind dat altijd de vinger opsteekt wanneer de leerkracht een vraag stelt. Het kind steekt niet de vinger op omdat het wil opscheppen, maar omdat het braaf doet wat er verwacht lijkt te worden. Er is de vraag wie het antwoord weet en het hoogbegaafde kind weet het antwoord. De eerste paar keer wordt er nog positief gereageerd, maar na een tijdje komt de negatieve feedback. Het kind krijgt niet meer de beurt, want anderen mogen ook de beurt krijgen. En wanneer de vinger ook omhoog gaat bij moeilijkere vragen wordt er soms nog steeds niet naar die vinger gekeken. “We weten wel dat jij het antwoord weet, geef anderen ook de kans om het antwoord te geven”. Niet alleen dit kind, maar ook de rest van de groep leert nu dat vlot je vinger opsteken en bij elke vraag je vinger opsteken wordt gezien als onwenselijk gedrag. Het resultaat: de vinger blijft omlaag, ook al weet het kind het antwoord. En ondertussen heeft de groep geleerd dat je negatief mag reageren wanneer iemand telkens het antwoord weet. Maar wanneer je niet meer laat zien dat je iets weet/kunt, kan de leerkracht dit ook niet opmerken. Hierdoor vliegen ze onder de radar door. Ze gaan mee met de middenmoot waardoor ze niet meer in de bovenkant van de differentiatie verdeling terecht komen. En juist in die bovenkant wordt verwacht dat daar de hoogbegaafde leerlingen zitten.

Maskeren

Een andere reactie kan maskeren zijn. Je terugtrekken is slechts de eerste stap. Om echt geloofwaardig over te komen als een ‘middenmoter’ moet je toch wel wat meer doen. Je terugtrekken zorgt er slechts voor dat je niet meer opvalt. Wil je echt dat mensen geloven dat je iets niet weet, dan zul je moet doen alsof je het niet weet. Je steekt dan de vinger juist wel op, maar wanneer je de beurt krijgt geef je een verkeerd of onvolledig antwoord. Zo wordt je nog wel gezien, maar krijg je niet die negatieve feedback en wordt je door de rest van de groep ook niet als vervelend beschouwd. Het vergt een goed observatievermogen, omdat je eerst moet weten wat ‘de middenmoot’ doet. En het stopt niet bij een vinger omhoog. Ook het gemaakte werk moet lijken op dat van ‘de middenmoot’. Tekeningen moeten niet te gedetailleerd worden, verhalen mogen niet te lange woorden hebben en de gemaakte sommen moeten genoeg foute antwoorden hebben. Het nadeel is dat de leerkracht zo ook niet ziet dat je het wel weet/kunt. Er is zelfs een bevestiging van dat je het niet allemaal weet/kunt. Hoezo zou jij dan hoogbegaafd zijn

Clownesk gedrag

Een graad verder dan maskeren is het clowntje spelen. Je verveelt je immers toch, dus waarom dan niet er volledig voor gaan en er voor zorgen dat de groep jou grappig vindt. Het begint vaak bij de foute klassikale antwoorden geven. Je kunt foute antwoorden geven, maar je kunt ook gekke antwoorden geven. Bij de eerste lachen ze je misschien uit omdat ze jouw antwoord dom vinden. Bij de tweede lachen ze omdat jouw antwoord grappig is. Dat is een stuk beter voor je zelfvertrouwen. Maar voor de leerkracht ben je nu naast ‘een middenmoter’ ook een stoorzender geworden. En daarmee ben je nog verder verwijderd van het stereotype beeld van een hoogbegaafd kind.  

Sociale aanpassing

Als kind ben je afhankelijk van anderen om verder te kunnen groeien (op welk vlak dan ook). Je bent afhankelijk van kennis en van voorbeelden. En die mensen moet je dus dichtbij proberen te houden. Ook ben je minder kwetsbaar in een groep, dus ook het horen bij een groep is van belang. Het terugtrekken, maskeren en het clowneske gedrag zijn een onderdeel van sociale aanpassing. Maar sociale aanpassing is nog breder dan dat. Het is ook dingen doen die buiten jouw interesse vallen en juist niet de dingen doen die daar wel binnen vallen. Meisjes passen zich op dat gebied nog meer aan dan dat jongens dat doen. Het meisje dat houdt van exploreren in de natuur omdat ze de dieren en planten zo fascinerend vindt, kan in plaats van onderzoeken ‘paardje’ gaan spelen met een groep meisjes omdat ze anders alleen. Of ze kan op het klimrek gaan spelen/hangen omdat ze bang is dat anderen haar vies vinden wanneer ze wel graaft naar beestjes of ze zelfs oppakt om beter te bekijken (terwijl hetzelfde gedrag bij jongens vaak als stoer gezien wordt). Natuurlijke nieuwsgierigheid en de motivatie om te leren worden ingeruild voor sociale acceptatie.

Maar in sociale aanpassing schuilt gevaar. Niet alleen verdwijnt het zelfvertrouwen, maar leert het kind ook nog eens niet wie die echt is. Ook gelijkgestemden worden zo niet gevonden en een gevoel van eenzaamheid groeit…ook al is het kind niet alleen. Ook is er het gevaar dat het authentieke kind niet meer zichtbaar is voor de leerkracht. De leerkracht ziet nog enkel het masker dat gedragen wordt door het kind. De werkelijke nieuwsgierigheid en leergierigheid is niet zichtbaar. En er lijkt geen intrinsieke motivatie te zijn voor schoolse dingen. Dat is niet een beeld dat past bij een hoogbegaafd kind.

Sociale focus

Meisjes worden vaker aangemoedigd om vriendelijk, zorgzaam en sociaal te zijn terwijl jongens vaker het signaal krijger om zelfstandig, stoer en competitief te zijn. Met meisjes wordt er vaak ook sneller/meer over gevoelens gepraat. Hierdoor leren meisjes eerder om waarde te hechten aan relaties en sociale dynamiek. Voor meisjes kan het investeren in sociale verbondenheid een gevoel van veiligheid versterken. Wanneer een meisje dan bijvoorbeeld moet kiezen tussen een activiteit met een vriendin of het maken van huiswerk kunnen zij de voorkeur gaan geven aan de vriendin, om zo hun plek in de groep te verzekeren. Hun schoolse prestaties worden ingeleverd voor sociale zekerheid. Leerhonger maakt plaats voor een gevoel van veiligheid. Leerkrachten kunnen dit interpreteren als desinteresse in schoolse zaken of het simpelweg een lager schools niveau hebben. Van hoogbegaafde kinderen wordt vaak verwacht dat ze goede resultaten behalen en hun huiswerk makkelijk kunnen maken…en zelfs met plezier en grote motivatie maken. En hoewel het hebben van goede sociale contacten, en het onderhouden ervan, een positief iets is kan het er dus wel voor zorgen dat het hoogbegaafde meisje minder snel gezien wordt.

Onderpresteren

Wanneer de nodige uitdaging uitblijft kan een hoogbegaafd kind zich gaan vervelen. Het kind wacht niet alleen tot het die les eindelijk verder kan, maar wacht ook tot er eindelijk iets komt wat nieuw is. Door het wachten gaan ze of tussentijds andere dingen doen of ze gaan dagdromen. Hoe dan ook, ze letten niet meer goed op, want het wachten duurt gewoon te lang. Het resultaat is dat ze hierdoor niet goed meer mee krijgen wat er gebeurt en wat er gedaan moet worden, waardoor ze fouten maken die ze niet zouden maken wanneer ze wel hadden opgelet. Zo lijkt het alsof ze de stof minder goed aan kunnen, maar het tegendeel is waar.

Ook is het afraffelen van al bekende stof hier een onderdeel van. Op school wordt er vaak herhaald om op die manier de te oefenen stof te automatiseren. Maar het snelle hoofd van het hoogbegaafde kind vind die herhaling dodelijk saai. Ze weten het wel en ze kunnen het wel. Ze willen verder. Daardoor kijken ze niet altijd goed naar wat ze moeten doen en snelheidsfoutjes en onoplettendheidsfoutjes worden een feit. Ook dan lijkt het alsof ze de stof niet beheersen, terwijl het tegendeel waar is.

In beide gevallen kun je niet aan de resultaten merken dat dit kind de stof goed beheerst en dat de stof eigenlijk te simpel is. Een observatie zou dit wel naar voren kunnen laten komen, maar dat wordt vaak pas gedaan wanneer er al een vermoeden is dat er iets zou kunnen spelen. Tot die tijd blijft dit kind dus ongezien zolang die nog in ‘de middenmoot’ past.

Internaliseren

Hoogbegaafde kinderen zijn snelle denkers die vlot verbanden leggen en vaak intense gevoelen hebben. Deze kinderen ook als ‘te veel’ ervaren worden door mensen die hun snelle denken moeilijk kunnen volgen of hun waterval aan emoties niet altijd kunnen verwerken. Meestal heeft dat weinig met het kind zelf te maken, maar heeft het meer te maken met het verschil tussen de zender en ontvanger. Maar de boodschap is telkens luid en duidelijk: het kind is ‘te snel/ te luid/te gevoelig/te druk/ te enz’. Dit gaat een kind natuurlijk niet in de koude kleren zitten. Wanneer je constant om je heen hoort dat je ‘te veel’ bent, ga je vanzelf meer en meer internaliseren. Emoties worden binnen gehouden, passies worden onzichtbaar en ze houden zich steeds meer op de achtergrond. Een extravert kind lijkt op die manier een introvert kind. Intrinsieke motivatie dooft waardoor ook de schoolse zaken steeds minder goed lukken. Deze kinderen vallen pas op wanneer het te laat is, wanneer ze doorschieten naar onder ‘de middenmoot’.

Imposter syndroom

Hierbij lijkt het Dunning-Kruger effect een rol te spelen. Mensen met weinig kennis lijken zichzelf vaak te overschatten doordat ze niet goed weten wat ze niet weten. Mensen met veel kennis lijken zichzelf vaak te onderschatten doordat ze zich bewust zijn van wat ze allemaal nog niet weten. Stop dit effect in een onzeker hoogbegaafd kind en je hebt een kind dat ervan overtuigd is niet zo slim te zijn. Dit kind zal niet zo snel een goed antwoord willen geven, omdat die twijfelt of het antwoord wel (helemaal) correct zal zijn. Ze bekijken een probleem vaak van meerdere kanten, waardoor er ook andere uitkomsten mogelijk zouden kunnen zijn. Maar naar die uitkomsten wordt vaak niet gevraagd. Opdrachten zijn vaak rechtlijnig of er wordt in elk geval van verwacht deze zo rechtlijnig mogelijk te benaderen. Het verwachte antwoord is helaas niet altijd het eindantwoord van hun uitgebreide analyse. En dat versterkt juist het gevoel niet zo slim te zijn…en daarmee zakt ook het zelfvertrouwen. Ook voor leerkrachten lijkt het dan alsof de opdracht niet begrepen wordt, vooral wanneer er niet doorgevraagd wordt. Terwijl juist hier bij het doorvragen belletjes moeten gaan rinkelen.

Perfectionisme

Hoogbegaafden lijken zich meer dan gemiddeld bezig te houden met details. Iets wat voor een ander als ‘af’ wordt beschouwd kan door een hoogbegaafde als ‘onvolledig’ en ‘niet goed genoeg’ beschouwd worden. Ze lijken de lat hoger te leggen, niet alleen voor anderen maar ook voor zichzelf. Het lijkt alsof je hierdoor juist het hoogbegaafde meisje zou kunnen gaan zien. Het werk zal immers uitgebreider en verzorgder kunnen zijn. Maar met perfectionisme kan ook faalangst gepaard gaan. Wanneer is iets volledig genoeg of goed genoeg? Waar ligt de grens? Perfectionisme wordt een probleem wanneer fouten vermeden worden, wanneer het leren van nieuwe dingen niet meer comfortabel zijn. Hier lijkt het kind dan heel veel moeite te hebben met nieuwe stof, maar het heeft geen moeite met de stof maar met de angst het niet snel genoeg goed genoeg te beheersen. Sommige kinderen gaan zelfs zo ver dat wanneer ze het niet gelijk begrijpen of kunnen, ze of in paniek raken of volledig blokkeren.  

Anders bedraad

Hoogbegaafde kinderen hebben vaak een andere ‘logische’ gedachtegang. Wanneer die manier van denken niet (genoeg) past bij de manier van de methodes, kunnen ze in de war raken. Iets wat eerst zo simpel en helder leek wordt ineens chaos in het hoofd. Het kind lijkt er niets meer van te begrijpen. Het werk staat vol met fouten, waardoor het voor de leerkracht lijkt alsof de stof niet begrepen wordt. De stof wordt echter wel begrepen, alleen niet op die (vaak omslachtige) manier.

Misinterpretatie en de verkeerde label

We zien dus overal vooral veel misinterpretaties. En een aantal van die misinterpretaties kunnen zelfs zorgen voor een verkeerde label. Kinderen die bijvoorbeeld als ‘te veel’ en dromerig ervaren worden, kunnen zo bijvoorbeeld een label ADHD opgespeld krijgen, terwijl de oorzaak van het gedrag een hele andere oorsprong heeft. En zo zijn er nog veel meer voorbeelden te noemen. Het is daarom goed om als ouder het gedrag van je kind goed in de gaten te houden en hiermee samen met school in gesprek te gaan. Vermoed je dat jouw kind hoogbegaafd is? Leg dan vooral heel duidelijk uit waarom jij dat denkt, het liefst met voorbeelden. Vind je het spannend om het woord ‘hoogbegaafd’ te noemen? Gebruik dan het woord ‘(ontwikkelings)voorsprong’. Maar je krijgt een kind pas goed in beeld wanneer thuis en school goed met elkaar in gesprek blijft. Zo kun je misinterpretatie en verkeerde labels voorkomen.

Conclusie

Er zijn dus veel redenen waarom een hoogbegaafd meisje niet gezien wordt. En het meeste kan opgelost worden door een beter beeld, meer kennis, kritischer observeren en goed overleggen tussen thuis en school. Het gaat al een stuk beter dan in mijn tijd, maar er is nog heel veel werk aan de winkel om zo veel mogelijk hoogbegaafde kinderen goed op de rit te krijgen.

Diep gedacht en intens gevoeld

Wil je meer lezen over hoogbegaafde meisjes? In het boek ‘Diep gedacht en intens gevoeld’ delen 10 hoogbegaafde vrouwen (waar ik er een van ben) hun verhaal. En deze verhalen zijn allen omkaderd door experts, zodat ook duidelijk is waarom de verhalen juist zo ‘typisch hb’ zijn. Het boek is onder andere te koop bij ‘Beter Boeken’.

Poster bestellen

Om het gesprek over ongeziene hoogbegaafde meisjes makkelijker te maken heb ik een poster gemaakt. Hierop worden tien verschillende punten zichtbaar gemaakt waardoor hoogbegaafde meisjes vaak niet zo goed gezien worden. Het document kun je vinden in het winkeltje voor de prijs van €1,00 Let op! Dit is dus enkel de printable. Het is geen fysieke poster, maar een bestand dat je via e-mail ontvangt. Zodra het bedrag op de rekening staat ontvangt je de link naar het document. Tip: Sla na ontvangst het bestand gelijk op, zodat je deze niet kwijt raakt. Daarna kun je het bestand printen.

Volgen of taggen?

Wil je op de hoogte blijven van wat ik doe op het gebied van hoogbegaafdheid en executieve functies? Volg dan ‘Ok met hb’ op Facebook en op Instagram.

Wil je mij graag noemen als maker? Dat is super lief. Je kunt dan de Facebook pagina of het Instagram account taggen in het bericht. Zo kunnen meer mensen mijn werk vinden. 🙂

Bewaren voor later

Vind je dit bericht leuk en wil je het graag bewaren voor later? Pin hem dan vooral op je Pinterest bord, zodat je het nog eens rustig terug kunt lezen. Maar misschien wil je dit bericht gewoon delen, bijvoorbeeld op Facebook, Instagram, X of LinkdIn. Dat is natuurlijk ook helemaal prima.

Vergeet bij het delen niet een link te plaatsen naar dit bericht, zodat iedereen het makkelijk kan vinden.

Bewaren en delen wordt overigens enorm gewaardeerd.

Wil je meer lezen?

Wil je meer lezen over hoogbegaafdheid? Kijk dan op de pagina ‘Hoogbegaafdheid‘.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *